Maar slechts 0,3% blijft echt in omloop – upv moet bestaande systemen rendabel maken
De fysieke infrastructuur voor sortering en hergebruik van textiel bestaat wereldwijd al op grote schaal, blijkt uit Project Rewear van Fashion for Good. Toch wordt naar schatting slechts 0,3% van alle gedragen kleding daadwerkelijk in omloop gehouden.
Van Europese sorteercentra tot Ghanese tweedehandsmarkten en Pakistaanse sorteerhubs: het netwerk is er. Maar meer dan 92 miljoen ton textiel belandt jaarlijks alsnog als afval, omdat de economische prikkels ontbreken om deze infrastructuur écht circulair te benutten.
Project Rewear analyseerde 8.280 kledingstukken in sorteercentra in Nederland, Spanje, Litouwen, Polen, Ghana en Pakistan. De conclusie: het merendeel van kleding wordt afgedankt om modetrends, niet om technische gebreken. Bij Nederlandse Repair Cafés blijkt slechts 2,6% onherstelbaar; 57,5% van reparaties is zelfs eenvoudig. Het probleem zit dus niet in de infrastructuur, maar in het systeem eromheen.
De bevindingen van Project Rewear tonen dat huidige sorteerders vooral op volume en export draaien. Nederlandse sorteercentra zien slechts 5-10% ‘cream’-kwaliteit binnenkomen – de rest is middelmatig of laagwaardig.
Daar komt verandering in. De EU maakt Uitgebreide Producentenverantwoordelijkheid (UPV) voor textiel verplicht vanaf 2025-2028. Nederland investeert ondertussen €135 miljoen in textiel-naar-textielrecycling, goed voor 500-1000 nieuwe banen in sorteer- en verwerkingsprocessen.
Voor Nederlandse sorteer- en recyclingbedrijven betekent dit een strategische verschuiving: van bulkexport naar hoogwaardige binnenlandse verwerking. AI-gestuurde sortering kan een middelgrote faciliteit transformeren van break-even naar €6,5 miljoen winst per jaar, door betere scheiding op materiaal, kleur en kwaliteit.
De infrastructuur is er – nu moeten UPV-gelden, eco-modulatie en technologie-investeringen zorgen dat bestaande systemen ook daadwerkelijk circulair gaan werken in plaats van enkel volume verplaatsen.



