Vanaf 2026 wordt traceerbaarheid belangrijker dan volume—wat betekent dit voor jouw bedrijf?
De EU maakt digitale productpaspoorten (DPP) voor textiel vanaf 2026 verplicht. Voor de Nederlandse textielrecyclingsector betekent dit een fundamentele verschuiving: niet langer het aantal kilo’s is leidend, maar de kwaliteit en traceerbaarheid van elke textielbatch.
Ik zie in de praktijk dat deze verandering vooral sorteerders en recyclers hard raakt. Het digitale productpaspoort koppelt informatie over vezelsamenstelling, chemicaliën, producent en recyclinginstructies aan elk product. Die data wordt straks leidend voor EPR-rapportage, eco-modulatie en contracten met merken.
Sorteerders moeten investeren in NIR-technologie en dataplatforms om hun rol te behouden. De tijd van “anonieme” bulkstromen loopt af. Volgens De Textielcourant verschuift de focus expliciet naar datagedreven kwaliteitsselectie: hoogwaardige monostromen worden commercieel waardevoller, terwijl slecht gedocumenteerde export juist risico’s oplevert.
Voor mechanische en chemische recyclers biedt dit kansen. Deals zoals Lindex–BASF voor katoen-naar-katoenrecycling trekken zuivere, goed gedefinieerde stromen aan. Wolrecycling groeit snel door vraag die het aanbod overtreft—maar alleen als je via DPP en NIR wolrijke stromen kunt identificeren en documenteren.
De keerzijde: export naar Afrika komt onder druk. Nieuw onderzoek koppelt Europese textielstromen aan microvezelvervuiling ter plaatse. EPR-regelgeving dwingt tot transparantie over eindverwerking—exportroutes zonder betrouwbare data worden financieel en reputationeel riskant.
Kleinere bedrijven zonder kapitaal voor IT-systemen en certificering lopen het risico uit de keten gedrukt te worden. De vraag is niet óf je investeert in data-infrastructuur, maar wanneer.
Wie nu anticipeert op DPP-eisen en in datagedreven sortering investeert, kan een premiumpositie veroveren. Wie wacht, riskeert onderaannemer te worden—of erger.



