Textielsorteersector moet investeren terwijl businesscase nog wankel is
Vanaf 19 juli 2026 mogen grote kledingmerken onverkochte kleding niet langer vernietigen. Voor de Nederlandse textielsorteer- en recyclingssector klinkt dat als goed nieuws, maar onderzoek van Invest-NL laat zien dat zonder aanvullende financiering en stabiel beleid geen robuust recyclingsysteem ontstaat.
De nieuwe EU-regel uit de Ecodesign for Sustainable Products Regulation dwingt bedrijven als H&M en Zara om hun overschotten te verkopen, doneren of hergebruiken. Middelgrote merken volgen vanaf 2030.
Maar recycling is bewust géén vrijbrief in de wet. De EU wil vooral minder productie en meer waardebehoud, niet simpelweg afval omzetten in grondstof. Dat betekent voor sorteerders en recyclers: wel meer volume verwacht op termijn, maar geen gegarandeerde inkomstenstroom.
Invest-NL constateert dat de Nederlandse sector in een cruciale opschaalfase zit. Investeringen in NIR-scanners, automatisering en vezelscheiding zijn kapitaalintensief, terwijl de verkoopopbrengsten van gesorteerde fracties sterk schommelen met de wereldmarkt.
Bedrijven moeten straks ook openbaar rapporteren wat er met onverkochte voorraad gebeurt. Dat verhoogt de transparantie, maar legt ook druk op sorteerders: wie wil groeien, heeft langjarige contractzekerheid en heldere afspraken met gemeenten, inzamelaars én producenten nodig.
De vraag voor Anne-bedrijven die flexkrachten leveren aan de textielketen: gaat deze sector snel genoeg professionaliseren om het volume straks aan te kunnen?
Het EU-verbod opent deuren, maar alleen als financiers en beleidsmakers zorgen voor stabiele kaders. Zonder dat blijft textielrecycling een veelbelovend verhaal op papier.



