Europese exportstromen onder druk door vn-waarschuwing en nieuwe epr-wet
Een illegale textieldump in de Atacama-woestijn heeft inmiddels meer dan 60.000 ton bereikt en is zichtbaar vanuit de ruimte. De VN spreekt van een milieucrisis, en Chili stelt nu ook importeurs aansprakelijk – een signaal dat Nederlandse exportstromen van textielafval steeds vaker onder de loep komen.
Jaarlijks komt zo’n 120.000 tot 180.000 ton tweedehands kleding aan in de Chileense haven van Iquique, grotendeels uit Europa. Wat niet doorverkocht kan worden, belandt vaak illegaal in de woestijn bij Alto Hospicio. De VN waarschuwt voor ernstige luchtvervuiling door het openluchtverbranden van synthetische vezels en kleurstoffen.
Chili reageert met wetgeving: een milieutribunaal verklaarde de staat aansprakelijk en gelastte een 10-jarig saneringsplan. Daarnaast breidt het land zijn EPR-regime uit naar textiel, waardoor importeurs nu meeverantwoordelijk worden voor inzameling en verwerking van textielafval.
Voor Nederlandse sorteerders en exporteurs is dit een omslagpunt. Steeds meer landen gaan traceren waar geëxporteerd textiel eindigt. Tegelijk scherpt Nederland zelf de UPV-eisen aan: tegen 2030 moet 75% van textiel worden hergebruikt of gerecycled. Dat maakt inlandse verwerking en vezel-tot-vezelrecycling urgent.
De combinatie van strengere rapportageplicht aan Rijkswaterstaat en internationale scrutiny maakt dat exporteren naar lagelonenlanden zonder controle op eindverwerking een groeiend reputatie- en aansprakelijkheidsrisico wordt. Satellietbeelden van de Atacama-berg maken het probleem letterlijk zichtbaar.
De Chileense casus versnelt de druk op circulaire textielketens binnen Europa. Voor de Nederlandse sector betekent dit: investeren in sorteertechnologie en chemische recycling wordt geen keuze meer, maar strategische noodzaak.



