€15 miljard aan aziatische capaciteit zet druk op nederlandse sorteerders
China, India en Vietnam investeren tussen 2024 en 2026 gezamenlijk meer dan €15 miljard in textielrecyclingfabrieken – driemaal zoveel als Europa. Voor Nederlandse sorteer- en verwerkingsbedrijven betekent dit goedkopere vezels, maar ook keiharde prijsconcurrentie.
Als je de afgelopen maanden hebt gezien hoeveel vacatures er bijkomen in textielrecycling – zoals deze teamcoördinatorrol in Eindhoven – dan zie je dat de sector groeit. Maar wat je níét ziet in die advertenties: de druk van buitenaf neemt exponentieel toe.
China’s staatssteun (€10+ miljard) gaat naar chemische recyclingfabrieken in Guangdong, India’s Reliance pompt €500 miljoen in fiber-to-fiber technologie, en Vietnam bouwt met Japanse partners sorteerlijnen voor €200 miljoen. Dit is geen toekomstmuziek – deze capaciteit komt dit jaar en volgend jaar online.
Voor Nederlandse verwerkers betekent dit twee dingen. Eén: gerecyclede vezels worden 15% goedkoper (rPET zakte naar €1,20-1,50/kg). Dat helpt je inkoopkosten. Twee: Aziatische concurrenten produceren tegen 20-30% lagere arbeidskosten, waardoor onze marges krimpen.
De Brabantse sorteersector verwerkt jaarlijks 100.000 ton, maar let op: de toename van Aziatische imports via Rotterdam steeg volgens INretail met 30% in 2026. Dat vergroot het aanbod, maar ook het risico op dumping van lage kwaliteit.
De EU’s EPR-regelgeving (25% gerecycled materiaal verplicht vanaf 2030) houdt Nederlandse bedrijven overeind, maar subsidies zoals MIA/Vamil zijn cruciaal om de kostenverschillen op te vangen. Focus je op high-value niches – wol, natuurvezels – waar handmatig sorteren nog verschil maakt.
Aziatische investeringen versnellen Europa’s recyclingdoelen, maar zonder strategische keuzes verliezen Nederlandse sorteerders terrein. Wie nu inzet op specialisatie en partnerships, blijft relevant.



