Nederlandse aanpak genoemd als voorbeeld, maar vs gaat verder met chemische eisen
Californië’s textiel-EPR onder wet SB 707 wordt door Amerikaanse en academische beleidsmakers expliciet gepositioneerd als modelwetgeving voor bredere textielrecovery-beleid, inclusief voor regio’s die al EPR hebben zoals Nederland en de EU.
Het ‘Circular Threads’-rapport uit juni 2026 werkt de implementatie van SB 707 uit als een volwaardig systeem met producentenverantwoordelijkheid, eco-modulatie en concrete recyclingdoelen. Opvallend: Nederland wordt in dit Amerikaanse beleidsdocument expliciet genoemd als koploper met verplichte textiel-EPR sinds 2023 en het Nederlandse doel van 50% hergebruik/recycling in 2025.
Waar Californië verder gaat dan de huidige Europese aanpak, is de koppeling met chemische veiligheid. De blueprint legt sterke nadruk op rapportage over chemische samenstelling en beperkingen voor PFAS en andere problematische stoffen die recycling belemmeren. Ook de uitwerking van gedifferentieerde EPR-fees op basis van ontwerpkeuzes – monomateriaal versus complexe blends, gevaarlijke chemicaliën, recycleerbaarheid – is concreter dan wat we tot nu toe in Europa zien.
Voor Nederlandse sorteer- en recyclingbedrijven ontstaan hierdoor interessante kansen. De Californische producer responsibility organizations (PRO’s) moeten capaciteit opbouwen voor geavanceerde sortering en vezel-naar-vezelrecycling. Dat betekent vraag naar sorteertechnologie en recyclingkennis waar Nederlandse bedrijven sterk in zijn.
Tevens creëert dit een feedbackloop: wat Californië nu uitwerkt rond eco-modulatie en chemische transparantie, kan terugvloeien in de evaluatie en aanscherping van Nederlandse en EU-brede textiel-EPR na 2025. Merken die op beide markten actief zijn, zullen hun ontwerpstrategieën en materiaalkeuzes moeten harmoniseren – een extra impuls voor gestandaardiseerde, circulaire textielketens.
Voor de Nederlandse textielrecyclingsector is het strategisch relevant om de Californische implementatie te volgen: zowel voor exportkansen als voor beleidsvernieuwing dichter bij huis.



