Espr-regelgeving dwingt retailers tot herziening logistiek en nieuwe afzetroutes
Vanaf juli 2026 mogen grote bedrijven in de EU onverkocht textiel en schoenen niet meer vernietigen. Dit verbod, onderdeel van de EU-verordening ecologisch ontwerp voor duurzame producten (ESPR), heeft directe gevolgen voor de Nederlandse textielrecyclingsector.
De regelgeving verplicht grote modemerken en retailers hun logistiek rond retouren, oude seizoenscollecties en onverkochte voorraden volledig te herzien. Voor Nederlandse sorteer- en recyclingbedrijven ontstaat hierdoor een nieuwe positie: zij worden verplichte afzetkanalen voor deze productenstromen.
Dit sluit aan bij de Uitgebreide Producentenverantwoordelijkheid (UPV) Textiel, die sinds 1 juli 2023 van kracht is. Producenten zijn nu verantwoordelijk voor de gehele verwerkingsfase én het opnemen van gerecycled content in nieuwe producten, zoals blijkt uit het jaarverslag van Leger des Heils ReShare.
De verwachting is dat sorteercentra een forse toename zien van textielstromen die diep gesorteerd moeten worden op hergebruik versus recycling. Tegelijk groeit de vraag naar zowel mechanische als chemische recyclingtechnologie die gemengde vezelstromen aankan.
De praktijk laat al nu zien dat de kwaliteit onder druk staat. Kledingbanken in Brabant hebben inzamelstops moeten invoeren door een enorme toestroom van C-kwaliteit textiel—vooral katoen-polyesterblends die nauwelijks tot kleding te recyclen zijn.
Voor uitzendbureaus betekent dit concreet: groeiende vraag naar productiemedewerkers in sorteercentra en recyclingfaciliteiten, met name voor geautomatiseerde sorteerlijnen en verwerkingsprocessen. De sector professionaliseert snel onder regulatoire druk.
Het ESPR-verbod markeert een kantelpunt: van vrijblijvend naar verplicht circulair. Voor sorteer- en recyclingbedrijven is de businesscase vanaf 2026 structureel anders—en daarmee ook de personeelsbehoefte.



