Nieuwe regelgeving dwingt textielstromen naar sortering, hergebruik en recycling
Sinds 19 juli 2026 mogen grote mode- en retailbedrijven in de EU geen onverkochte kleding en schoenen meer vernietigen. De Ecodesign for Sustainable Products Regulation (ESPR) markeert een keerpunt voor de textielrecyclingsector: wat jarenlang in verbrandingsovens verdween, moet nu via sortering, donatie of recycling worden verwerkt.
Voor Nederlandse sorteer- en recyclingbedrijven is dit structurele regelgeving die vraag en investeringen aanstuurt. Waar merken voorheen grote volumes onverkochte voorraad ‘stil’ lieten vernietigen, moeten zij nu transparant rapporteren wat er met deze stromen gebeurt. De Europese Commissie verplicht vanaf februari 2027 gestandaardiseerde publicatie van vernietigde volumes.
De praktische impact? Een grotere, stabielere aanvoer van hoogwaardige textielstromen naar sorteercentra. Niet alleen post-consumer kleding, maar ook onverkochte collecties en retouren – vaak A-kwaliteit – moeten een nieuwe bestemming krijgen. Dat vraagt om uitbreiding van sorteercapaciteit én geavanceerde technologie voor vezelherkenning en automatische routing naar hergebruik versus recycling.
De ESPR-regelgeving koppelt het vernietigingsverbod aan digitale productpaspoorten en ontwerpvereisten. Nederlandse sorteerders die investeren in systemen voor machine-leesbare vezelinformatie positioneren zich strategisch.
De ban geldt voor grote bedrijven (≥500 medewerkers); vanaf 2030 volgen middelgrote spelers. Uitzonderingen zijn beperkt: gezondheids- en veiligheidsredenen, intellectuele eigendomsschending, of aantoonbaar technisch onherstelbare defecten – alles gedocumenteerd en vijf jaar bewaard.
Analyses benadrukken dat de regels een einde maken aan ‘quiet disposal’, maar ook vragen oproepen over handhaving en het risico dat vernietiging verschuift naar minder zichtbare kanalen buiten de EU.
Voor de Nederlandse textielketen betekent dit: bereid je voor op grotere volumes, investeer in sorteertechnologie die digitale productdata kan verwerken, en bouw partnerships met merken die hun retourlogistiek circulair moeten inrichten. De vraag verschuift van ‘of’ naar ‘hoe snel’.



