Nl-textielsector moet circulaire ketens versterken voor exportban 2025
Meer dan 90% van de gedoneerde kleding uit het Verenigd Koninkrijk, de VS en Canada belandt uiteindelijk als textielafval in landen als Chili, Indonesië en diverse Afrikaanse regio’s. Dit roept urgente vragen op over de uitvoerbaarheid van Nederlandse en Europese circulaire ambities.
De realiteit achter kledingdonaties is minder rooskleurig dan consumenten denken. Tweedehands textiel wordt massaal geëxporteerd naar het mondiale Zuiden, waar lokale markten overspoeld raken met textiel van slechte kwaliteit. In Ghana’s Kantamanto-markt wordt 40% direct afgevoerd als afval. In de Atacama-woestijn in Chili stapelen zich bergen gedumpte kleding op, en op Indonesische stranden spoelt synthetisch textielafval aan.
Voor de Nederlandse textielsector is dit geen ver-van-mijn-bed-show. Vanaf 2025 verplicht de EU separate textielinzameling, en een jaar later dreigt een exportverbod op ongesorteerd textielafval naar niet-OECD-landen. Dat betekent: we moeten onze circulaire ketens snel op orde krijgen.
De uitdaging is technologisch én organisatorisch. Momenteel wordt wereldwijd minder dan 1% van textielvezels hergebruikt voor nieuwe kleding. Sorteerinstallaties met NIR-spectroscopie en innovaties zoals enzymatische vezelrecycling bieden kansen, maar de schaalsprong moet nú gemaakt worden.
De EU Textile Strategy streeft naar 25% gerecyclede vezels in 2030. Het Nationaal Programma Textiel zet in op bronscheiding en het voorkomen van export. Voor textielrecyclaars en sorteerbedrijven betekent dit: investeren in hoogwaardige sorteer- en recyclingtechnologie wordt geen nice-to-have, maar een must-have.
Blijf regelgeving via Rijkswaterstaat en sectornieuws via Milieu Centraal volgen.
De komende jaren bepalen of Nederland vooroploopt in circulair textiel of achterblijft met exportafhankelijkheid. Investeer nu in sorteercapaciteit en vezelhergebruik.



